Lokaal bestuur Meerhout focust genoodzaakt op financieel evenwicht.

De gemeenteraad van Meerhout keurde maandagavond 22 december het meerjarenplan 2026-2031 goed. Meerhout moet het redden met een krap budget in de komende jaren.

Het lokaal bestuur van Meerhout staat voor financieel moeilijke jaren. Met andere woorden: het bestuur staat voor belangrijke keuzes om de structurele leefbaarheid te herstellen.

De huidige financiële situatie

De exploitatiecijfers blijven dalen. Deze daling is te wijten aan een sterkere stijging van de personeelskosten door de vele indexsprongen van de afgelopen jaren, een verdere stijging van de overdrachten aan onder andere politie en brandweer, het tekort voor de overname van woonzorgcentrum Ter Kempen dat vanaf 2026 volledig ten laste van het lokaal bestuur zal komen en de sterke daling van de inkomsten via de aanvullende personenbelasting.

Nieuwe investeringen worden hierdoor moeilijk. Toekomstige investeringen zullen daarom telkens vooraf geëvalueerd worden en enkel opgestart worden wanneer de beschikbare budgettaire ruimte dit toelaat. Onder voorbehoud van beschikbare budgetten voorziet Meerhout in de periode 2026-2031 een investeringsbudget van 19,3 miljoen. Om dit te financieren moet 52 procent geput worden uit subsidies en verkoop van eigen patrimonium; de resterende 48 procent komt uit het reservefonds.

Nieuwe ramingen personenbelasting drukken lokale inkomsten

De federale overheid bezorgde eind september nieuwe meerjarenramingen van de aanvullende personenbelasting (APB) aan de gemeenten. Voor het merendeel van hen valt die raming een stuk lager uit dan de cijfers die ze in mei ontvingen, zo ook voor Meerhout.

In totaal ontvangt Meerhout in de periode 2026-2031 ongeveer 2,5 miljoen euro minder aan APB-ontvangsten. Dat is gemiddeld 416 000 euro minder per jaar. Dat is slecht nieuws voor Meerhout, aangezien het exploitatieoverschot in het vorige meerjarenplan al sterk dalend was. Dat zijn bedragen die voor een kleine gemeente als Meerhout nauwelijks verteerbaar zijn.

En hoewel er geen rechtstreekse federale besparingen op het lokale niveau komen, kunnen verschillende hervormingen in de praktijk wel een impact hebben op de werking en dienstverlening van gemeenten en ocmw's.

6 beleidsdoelstellingen

Het meerjarenplan telt zes beleidsdoelstellingen voor de komende jaren. Het plan is beperkt omwille van een heel krap budget. Naast een alsmaar slinkend overschot op de exploitatie blijft er weinig geld over voor nieuwe investeringen en zal project per project bekeken worden wat kan en niet kan.

De belangrijkste strategische doelstelling is het streven naar een financieel gezond bestuur.

Daarnaast blijven milieu en duurzaamheid, mobiliteit, welzijn en klantgerichtheid belangrijk. Bijkomend willen we meer inzetten op digitalisering om nog efficiënter te werken.

Naar een financieel gezond bestuur

Het lokaal bestuur wil de exploitatie-inkomsten verhogen via een verhoging van de retributies, een verhoging van de ligdagprijs in woonzorgcentrum De Berk, de hervorming en verhoging van de belasting op motoren, alsook op de belasting van masten en pylonen. Verder zal ook onderzocht worden of er een belasting kan komen op laadpalen die op openbaar domein staan.

Daarnaast willen we de exploitatiekosten verlagen door werknemers die met pensioen gaan zo mogelijk niet te vervangen, een overnemer te zoeken voor de poetshulpen die vergoed worden met dienstencheques, door te besparen op de uitgaven voor goederen en diensten, door de loonkosten te verlagen in woonzorgcentrum De Berk, zonder daarbij te besparen op de dienstverlening aan het bed. Verder wordt er uitgekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met andere woonzorgcentra uit de buurt. Wanneer al deze maatregelen genomen zijn, zal er ook een afbouw zijn van de ondersteunende diensten van het lokaal bestuur.

De investeringsinkomsten zullen verhoogd worden door de verkoop van onroerend goed dat niet gebruikt wordt voor onze kerntaken en door de verhuur van seniorenwoningen stop te zetten en over te dragen. We verwachten hier een vergoeding te krijgen voor de vastgoedwaarde.

Bovenstaande ingrepen zullen echter niet voldoende zijn; daarom liggen er twee pistes open: enerzijds een fusie met één of meerdere omliggende lokale besturen, anderzijds een sterke afbouw van de dienstverlening. Het kan dan gaan om het stopzetten van de uitleendienst, het overdragen van de buitenschoolse kinderopvang en/of het gemeentelijk onderwijs, de sluiting van de bibliotheek enzovoort.

Beide pistes zullen gelijktijdig en grondig onderzocht worden in de eerste helft van 2026. In de tweede helft zal het lokaal bestuur dan de bevindingen van deze twee pistes grondig evalueren en een beslissing nemen. Als er voor een fusie gekozen wordt, zal die echter maar ingaan vanaf de volgende legislatuur.

Investeringen

De belangrijkste investeringen de komende zes jaar zijn de bouw van een kleuterschool in de Schoolstraat, wegenwerken in Lemmekensdries en de verdere verledding van de openbare verlichting. Dankzij subsidies kan het lokaal bestuur tegemoetkomen aan de nood voor een extra schoolgebouw voor ons onderwijsnet. Omdat we als lokaal bestuur moeten voldoen aan de verplichte rioleringsgraad, zet het lokaal bestuur het licht op groen voor de werken in Lemmekensdries. Ook deze werken zijn mogelijk dankzij subsidies.

Gezien de krappe budgetten worden de volgende investeringen echter vooraf geëvalueerd en enkel opgestart wanneer de beschikbare budgettaire ruimte dit toelaat. Dit zijn: buitengewoon onderhoud van wegen en opwaardering van de infrastructuur in Veldstraat, Weversberg en Goorstraat.

Meer weten?

Klik hier om meer te weten over het meerjarenplan 2026-2031.

Gepubliceerd op dinsdag 23 december 2025 0 u.

Heb je niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten.